Beer

IMG_5695 (1)

 

De teddybeer bleef achter en dat in een tijd waarin al het dierenleed lijkt te worden opgemerkt en de beulen publiekelijk aan de schandpaal worden genageld. In zekere zin een positieve ontwikkeling, maar laten we niet te vroeg juichen en afwachten waar deze ontwikkeling toe zal leiden.

Over ontwikkeling gesproken. Ik herinner me nog dat ik van mijn vader een teddybeer kreeg toen ik een jaar of zes oud was. Het was een klein, donkerbruin exemplaar dat ik meteen uit elkaar trok nadat ik het uit de cadeauverpakking had gehaald. Eerst ging de kop eraf en daarna scheurde ik de buik open, ik trok alle vulling eruit en smeet het karkas in de open haard. Het vuur laaide knetterend op en de woonkamer vulde zich met een geur die gerust artificieel genoemd kan worden. Mijn vader was flink boos op me, maar ik was nog flinker bozer op hem.

‘Waar haal jij het lef vandaan om mij een bruine beer te geven?’

Daar had ik hem te pakken. Hij dacht mij een plezier te doen door mij een beer te geven, een willekeurige beer. Als hij echter een beetje had opgelet dan had hij geweten dat ik in mijn ijsberenfase zat en die zijn alleen bruin als ze vies zijn.

Mijn vader was niet dom, maar oplettendheid was niet zijn sterkste kant. Een week na het echec met de bruine beer kwam hij thuis met alweer een in feestelijk papier gehuld geschenk. Een lagedrukgebied dat eerder op de dag nog boven de Britse eilanden lag, was via de Noordzee op weg naar de Betuwe en ik voelde aan een hoop dingen dat ik me binnen de invloedssfeer van dit natuurverschijnsel bevond. Het kind in mij scheurde het papier open en daar kwam een ijsbeer te voorschijn die zonder veel poespas door de duivel in mij in het haardvuur werd gesmeten.

Mijn ijsberenperiode lag drie dagen achter me en mijn vader had die ontwikkeling gemist. Hij verdiende straf.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *