Kanker

IMG_8600

 

De jongeman zat op het terras, net als ik en nogal wat anderen. Hij praatte in zijn telefoon alsof hij alleen op de wereld was. Meer dan eens gebruikte hij het woord ‘kanker’ en dat was niet omdat zijn moeder doodziek was. Op het tafeltje voor hem lag iets dat verpakt was in bont cellofaan. Ik kon pas zien wat het was toen de jongen een bonte koek uit de verpakking haalde en in zijn kankerende muil schoof. De koek deed me denken aan de roze koek zoals die al een eeuwigheid op de markt is, maar de felgekleurde stippen op het glazuur waren nieuw voor mij.

Het verbaasde me hoe goed hij verstaanbaar bleef tijdens het kauwen van die lel foute suikers. Ik probeerde me in zijn positie te verplaatsen en alleen al in gedachten had ik moeite begrijpelijk voor mijn gesprekspartner te blijven. Dat had hij niet. Ondanks zijn volle mond bleef hij perfect articuleren en toen de koek op was pakte hij een nieuwe en schoof die ook in zijn mond.

Voor de derde keer kwam de ober informeren of hij iets wilde drinken, voor de derde keer negeerde de jongen zijn vraag. Hij deed net of de ober niet bestond en smeet op nog luidruchtiger toon wat kankers in de rondte. De mensen op het terras keken elkaar aan. Hun blikken zeiden allemaal hetzelfde.

‘Zo was een drankje drinken in de zon nooit bedoeld, maar wie gaat dat jong dat vertellen?’

De animo tot corrigerend optreden was laag. Tot ieders opluchting stond het jonge huftertje ineens op en ging er als een konijn vandoor. De vier overgebleven Feest Confettini’s werden geconfiskeerd door ondergetekende, a.k.a. The Lost and Found Specialist, en aan een nader onderzoek onderworpen. De conclusie luidde aldus:

Erg zoet.

Toen kreeg ik een telefoontje van een oncoloog die op zoek was naar iemand anders.

O, ironie?

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Jaime

IMG_8557

 

De mens heeft mooie en nuttige dingen bedacht: muziek, beeldende kunst, schilderkunst, literatuur, architectuur, sport, spelletjes, internet, de iPhone, de vergiet, de voordeur, de ladekast, het roerei, de gezondheidszorg, een vliegtuig waarmee de ruimte kan worden verkend en laten we vooral zijn meesterwerk, de dildo, niet vergeten.

De mens is in staat om schitterende dingen te bedenken, maar ook zeer verwerpelijke.

Bedacht de mens immers niet ook talloze manieren om rijkdom te vergaren ten koste van anderen?

Jazeker. Dat deed hij.

Bovendien presteerde hij het de planeet waarop wij leven (onherstelbaar?) te vervuilen. Hij perfectioneerde liegen en bedriegen – noemde dat politiek – voerde oorlog uit naam van diverse sprookjesfiguren en verzon methodes om anderen en andere soorten het leven gestructureerd zuur te maken. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Ik ben er nooit trots op geweest een mens te zijn. Er zijn veel te veel soortgenoten waarmee ik niet over een kam geschoren wil worden, met name niet door duiven.

Ben ik dan vrij van fouten?

Welnee.

Ik heb al eerder gezegd dat hypocrisie en ik geen vreemden van elkaar zijn, maar ik geloof oprecht dat er momenten zijn, hoe kort ook, dat ik niet denk aan zelfverrijking en dat ik keuzes maak die ten goede komen aan het algemeen belang. Echt. Bovendien ben ik altijd aardig voor dieren en zij voor mij. Perfect ben ik niet, maar een dierenvriend ben ik wel degelijk.

Toon mij dierenleed en ik krijg een brok in mijn keel, zweet in mijn oksels en kramp in mijn darmen.

Toon mij een prent op een sleutelhanger waarop stierenvechten wordt verheerlijkt en ik word onredelijk.

Beste Jaime,

Ik ken je niet, maar ik weet dat jij geen dierenvriend bent. Uit ervaring weet ik dat je in Spanje hele mooie sleutelhangers kunt kopen, maar dat weet jij ook. Je had van alles uit kunnen kiezen in de sleutelhangershop. Van alles. Toch heb jij gekozen voor een exemplaar, dat twee duimen opsteekt naar een van de walgelijkste uitingen van ‘cultuur’ die dit verder prima land rijk is. Ik neem je jouw keuze kwalijk.

Vind je het leuk om een beetje te provoceren, kleine vent? 

Denk trouwens niet dat je antwoord me een hol kan schelen.

Kus mijn kloten, boerenlul.

Dikke middelvinger,

Otto

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Multitasking

IMG_8463

 

Was ik maar in staat om twee dingen tegelijk te doen. Bijvoorbeeld dingen die ik afzonderlijk niet even leuk vind om te doen, maar die wel leuker worden als ik ze tegelijkertijd kan doen. Zoals boodschappen doen en voetbal kijken. Of vingerverven en slapen. Of een banaan eten tijdens het rijden onder invloed. Enzovoorts.

Is een mens in staat om twee dingen tegelijk te doen? Anders gezegd, bestaat multitasking bij de mens? De vraag is vaker gesteld, maar nog nooit door mij.

De meningen zijn verdeeld. Veel vrouwen beweren dat ze een vis kunnen ontharen en op hetzelfde moment hun baby de borst kunnen geven, maar tot ik dit met mijn eigen ogen heb mogen aanschouwen, houd ik mijn twijfels of een vrouw tot dit soort acrobatiek in staat is. Wie weet etcetera. Het gros van de mannen daarentegen claimt dat zij wel drie of vier bezigheden tegelijk aankunnen en die allemaal tot een goed einde kunnen brengen, maar ik weet uit ervaring dat dit onzin is.

Mannen zijn vaak grote opscheppers. Met name in gezelschappen proberen zij elkaar de loef af te steken, terwijl daar op het moment zelf geen behoefte aan noch vraag naar is. Een voorbeeld hiervan heb ik niet.

Nee, de tijd dat ik klakkeloos beweringen voor waar versleet zijn definitief voorbij. Zo hoorde ik iemand zeggen dat het vergeten voorwerp van vandaag gebruikt wordt om kinderen aan het lachen te maken, maar ik denk dat dat niet waar is. Wat wel de bedoeling is van dit apparaat laat ik gemakshalve in het midden. Tegelijkertijd kijk ik naar een hommeltje dat door de kamer vliegt, krab aan mijn knie, steek een virtuele sigaret op en denk aan die goede oude tijd.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Klinkervrij

IMG_7925

 

Aangetroffen. Kwijtgeraakt of te vondeling gelegd, waarschijnlijk vergeten. Een zo goed als puntgave capuchon-sweater van het merk EDC. Het model heet vermoedelijk DVSN 35*, en verder staat redelijk subtiel maar toch prima leesbaar Prod. Development Authentic Quality Garment\No. Est. 1998 op het kleine label dat met naald en draad bevestigd is op het linkervoorpand. Mijn indruk is dat het hier om een kledingstuk gaat dat door een meisje van normale proporties of een redelijk kleine jongeman is gedragen.

Wat is normaal? 

Een kat.

Wat is redelijk klein?

Iets tussen klein en niet zo heel groot in.

Research heeft aan het licht gebracht dat EDC iets betekent als Esprit Dinges Collection. DVSN zou kunnen verwijzen naar het Engelse woord Division, maar dan hip en klinkervrij gespeld en 35* zou de troetelnaam van de stellingkast kunnen zijn waarin de stof van deze capuchon-sweater heeft liggen rijpen, vanaf, pak hem beet, 1998. Om eerlijk te zijn weet ik het niet. Het internet waar ik gebruik van maak is niet krachtig genoeg om mij van antwoorden te voorzien op dit type prangende vraagstukken.

A propos. Een lezer van het eerste uur, laten we hem voor het gemak Jonathan (gefingeerd) noemen, vroeg mij eens of ik dacht dat er meer dan een internet bestond. Mijn antwoord luidde ja.

Daar nam Jonathan genoegen mee. Toen bouwde hij de Bat-mobiel na en reed erin weg.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Man with the purple gun

IMG_7583

 

Het heeft even geduurd sinds de laatste editie van dit blog verscheen en daar was, om mijzelf te bedienen van een populair kutsmoesje, een goede reden voor.

Ik was het schrijven kotsbeu. Ik was bevangen door een totale aversie tegen op mijn reet zitten en nadenken over lettertjes, die geplaatst in de juiste volgorde, zowaar iets te betekenen konden hebben.

Schrijven was altijd leuk, wat veranderde toen ik een aantal jaren geleden mijn handtekening zette onder een contract met de op papier beste literair agent van dit land. Al gauw daarna werd schrijven minder leuk en vlak daarop zelfs niet meer leuk en ben ik ook, toegegeven, misschien wat gemakzuchtiger geworden. Ik dacht, ik heb die agent, die zal het wel voor mij gaan fixen en voordat een aap een andere aap heeft gevlooid, zit ik Giel af te zeiken en naar de tieten van Halina te staren in dat programma waarvoor elke domme lul die een slecht gedicht geschreven heeft wordt uitgenodigd en waarin een bandje een minuut van zijn muziek mag laten horen en waarin heel veel gezegd wordt, maar verder verdomd weinig te horen valt. Maar nee, de dingen liepen anders dan gedacht.

Assumption is the mother of all fuck ups. 

Opnieuw werd ik geconfronteerd met een quote uit een Steven Seagal-film.

Op een goede dag vernam ik dat

‘De Markt was veranderd.’

Tja, de markt was veranderd. Pardoes. Dat was wat mijn literair agent voor mij heeft gedaan. Hij deelde me mee dat de boekenmarkt was veranderd, op het moment dat ik anderhalf jaar werkte aan een roman die ik in samenspraak met hem was begonnen. Hij vertelde me dat de markt veranderd was en dat ik het met mijn werk kon schudden in die veranderde markt.

Grote, grote klootzak, dacht ik. Waarom houd je me niet op de hoogte van de ontwikkelingen in De Markt? Is het niet jouw taak om mij in te lichten over veranderende factoren die ertoe kunnen leiden dat mijn werk niet te publiceren valt? Is het niet jouw plicht om me een keer in de zoveel tijd vol te gooien met alcohol en vegetarische kroketten en me bij te praten en in te lichten over alles wat zich afspeelt in een wereld die niet de mijne is, maar wel degelijk de jouwe?

Was ik onredelijk? Lag het aan mijzelf?

Op geen enkele van mijn vragen kreeg ik antwoord. Mijn relatie met die agent beschouw ik als beëindigd en als hij dit leest en daar anders over denkt dan verschillen wij ook daarover ernstig van mening.

Ik voelde me te lang gefrustreerd terwijl ik eigenlijk alleen heel erg teleurgesteld was door zoveel niet te bevatten incompetentie, maar na verloop van tijd verdween dat rotgevoel. Nu besef ik weer dat schrijven over bijvoorbeeld paarse speelgoedpistolen leuk is, en dat gepubliceerd worden door een a-uitgever geen doel op zich moet zijn.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Beer

IMG_5695 (1)

 

De teddybeer bleef achter en dat in een tijd waarin al het dierenleed lijkt te worden opgemerkt en de beulen publiekelijk aan de schandpaal worden genageld. In zekere zin een positieve ontwikkeling, maar laten we niet te vroeg juichen en afwachten waar deze ontwikkeling toe zal leiden.

Over ontwikkeling gesproken. Ik herinner me nog dat ik van mijn vader een teddybeer kreeg toen ik een jaar of zes oud was. Het was een klein, donkerbruin exemplaar dat ik meteen uit elkaar trok nadat ik het uit de cadeauverpakking had gehaald. Eerst ging de kop eraf en daarna scheurde ik de buik open, ik trok alle vulling eruit en smeet het karkas in de open haard. Het vuur laaide knetterend op en de woonkamer vulde zich met een geur die gerust artificieel genoemd kan worden. Mijn vader was flink boos op me, maar ik was nog flinker bozer op hem.

‘Waar haal jij het lef vandaan om mij een bruine beer te geven?’

Daar had ik hem te pakken. Hij dacht mij een plezier te doen door mij een beer te geven, een willekeurige beer. Als hij echter een beetje had opgelet dan had hij geweten dat ik in mijn ijsberenfase zat en die zijn alleen bruin als ze vies zijn.

Mijn vader was niet dom, maar oplettendheid was niet zijn sterkste kant. Een week na het echec met de bruine beer kwam hij thuis met alweer een in feestelijk papier gehuld geschenk. Een lagedrukgebied dat eerder op de dag nog boven de Britse eilanden lag, was via de Noordzee op weg naar de Betuwe en ik voelde aan een hoop dingen dat ik me binnen de invloedssfeer van dit natuurverschijnsel bevond. Het kind in mij scheurde het papier open en daar kwam een ijsbeer te voorschijn die zonder veel poespas door de duivel in mij in het haardvuur werd gesmeten.

Mijn ijsberenperiode lag drie dagen achter me en mijn vader had die ontwikkeling gemist. Hij verdiende straf.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Borrel

FullSizeRender 4

 

Een potlood van de openbare bibliotheek in de kleur rood.

Dan volgt nu een anekdote.

Onlangs was ik aanwezig op een borrel. De mede-eigenaren van een restaurant, vrienden van me en waarschijnlijk ook de reden dat ik van de partij was, hadden hun aandeel in de zaak verkocht en iemand vond dat dit luister moest worden bijgezet. En aldus geschiedde.

Borrel is het gehandicapte broertje van feest. Een window licker, die je het liefst voor iedereen verborgen houdt omdat je niemand een ongemakkelijk gevoel gunt, een evenement met een zak stenen bovenop de rem, een verplicht nummer waar na afloop niemand het meer over heeft, maar waarbij je zogenaamd wel aanwezig moet zijn geweest. De borrel duurt een uur of twee. Een ongeschreven regel is bovendien dat deelnemers niet dronken worden, hoeveel drank ze ook naar binnen gieten.

Deze borrel voldeed aan een hoop eisen. Er waren hapjes, er waren drankjes, er waren staande mensen en er waren zittende mensen, er was uiteraard muzak, er werd beleefd geconverseerd en zo nu en dan kon een glimlach worden genoteerd. Nergens vlogen mensen uit de bocht of kraamden ze onzin uit. De sfeer was adequaat, gezellig werd het geen moment.

Toen het hoogtepunt ruim voorbij leek, kregen mijn vrienden – uit handen van hun assistent die als een moderne slaaf werd meeverkocht aan een nieuwe meester – een afscheidscadeau. Beiden kregen een pen, in een doosje. De knul excuseerde zich voor zijn gebrek aan inspiratie en mijn vrienden deden alsof ze erg blij waren met hun geschenk. Ze zouden er flink wat dingen mee gaan schrijven, zo beloofden ze hem. Ik dacht: Als je echt ondankbaar wilt overkomen, dan had ik voor een potlood in een plastic zakje gekozen, maar mij was niets gevraagd en misschien was dat maar beter ook.

Voordat de borrel begon te knellen ging hij goddank als een nachtkaars uit.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Leermoment

IMG_5480

 

Het was hartje winter.

‘Ik doe wat ik wil, wanneer ik dat wil. En met wie ik dat wil. Begrepen?’

En zo ging het nog even door. Het meisje was hysterisch. Volkomen out of control. Ze gilde tegen de jongen die tegenover haar zat alsof ze ervoor betaald kreeg. Bovendien bedreigde ze hem met haar vork.

Veel ouder dan twintig kon ze niet zijn. Ze hield de vork met de tanden omlaag vlak voor zijn gezicht en kon ieder moment toeprikken. De overige gasten wachtten af hoe deze toestand zich zou ontwikkelen. Blikken zochten contact met andere blikken. Non-verbaal werd een kandidaat – geen vrijwilliger – aangewezen die diende in te grijpen, liefst voordat er bloed vloeide, maar vlak daarna was ook prima. De keuze viel op mij. Logisch, ik zat het dichtst bij. Men rekende op me.

De jongen, waarschijnlijk net zo oud als het meisje, glimlachte nerveus. Hij had iets gezegd van iets waarvan zij vond dat hij daar niets van mocht zeggen. Hij had zijn mening ook nog eens geventileerd op een ijskoude doordeweekse avond in een desondanks redelijk bezet restaurant. Nu wist hij even niets te zeggen. Even leek hij geen mening te hebben. De jongen zat midden in een leermoment, maar hij ervoer dat nog niet als zodanig. Met wat geluk zou dat balletje later indalen.

Het meisje zag me niet naderbij komen. Ik was klaar om de situatie zonder bloedvergieten te beëindigen en de rest van de avond gratis bier in ontvangst te nemen, maar ineens liet het meisje de vork vallen, stond op, pakte haar jas van de stoelleuning en stoof de zaak uit. De jongen genoot twee tellen van de goede afloop, haalde een paar maal diep adem, stond ook op, trok zijn jas aan en liep kalm en zonder om zich heen te kijken naar buiten. De show was voorbij. Het enige dat nog herinnerde aan een hysterisch meisje en haar prooi was het paar rode oorwarmers dat op tafel was achtergebleven.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Ivo

FullSizeRender 3

 

Achtergebleven in De Stadskantine: gezond, blond jongetje van een jaar of drie. Men noemt hem Ivo, maar daar reageert hij niet op en alleen als je hem een droge worst voorhoudt, kijkt hij je aan. Het manneke wordt sinds 1 mei jongstleden bewaard in een schuifla die van een hoop gemakken is voorzien. Ivo beheerst zijn eigen taal vlekkeloos en kan vrijwel onbeschadigd worden afgehaald in het filiaal aan de Van Woustraat, bij voorkeur door ouders of voogden die identiteitsbewijzen en foto’s weten te overleggen waaraan werkelijk van alles deugt.

Zijn er nog meer filialen?

Goed opgelet, makker.

Nee, die zijn er niet.

Dezelfde oplettende lezer had natuurlijk ook allang door dat het vergeten voorwerp in kwestie de step is waarop het jongetje zich voortbeweegt en niet het jongetje zelf. De speelgoedstep waarmee hij een band aan het opbouwen is en waarvan hij straks gedwongen afscheid moet nemen.

Dag step, hallo trauma. 

Word je een vent van, Ivo, zeggen ze waar ik vandaan kom en waar dat is heb ik vast weleens laten vallen. Terloops wellicht, maar toch.

Wat betreft het stepje kan ik het volgende meedelen: het merk is Micro, het model is de Mini, de kleur is blauw. De specs liegen er niet om: de blauwe Mini Micro is uitgerust met Abec precision bearings, de hoogte van T-bar tot dek is 6700 mm (vast) en de afstand tussen de voorwielen (PU, 78 shore A) is 220 mm (zeer stabiel), wat neerkomt op een slordige 22 cm. Het ding weegt 1,5 kg en is online te koop voor een euro of tachtig, wat een aanzienlijk bedrag is voor een stuk speelgoed dat alleen maar op deze locatie kan zijn vergeten en dat al meer dan een maand niet is afgehaald, waardoor ik me onwillekeurig afvraag of de ouders van Ivo vergeetachtig danwel laks zijn, of gewoon niet goed bij hun hoofd.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

837 379

FullSizeRender

 

RSA SecurID Hardware Tokens: Protect your high value applications with the industry’s highest-quality, two-factor authentication device. Gain two-factor authentication, hard-disk 734 213 encryption, email and transaction signing capabilities – with just one token.’ emc.com

Een apparaatje dat iedere minuut een nieuwe 604 808 code genereert en waarmee de gebruiker/bezitter/eigenaar zijn supersensitieve computerdata supergoed kan beveiligen. Kei-hightech en superfijn.

Ik ken niemand waarvan de inhoud van zijn of haar bestanden zo gevoelig ligt en/of belangrijk is dat ze dit niveau van beveiliging rechtvaardigen. Ik ken wel een 321 080 paar idioten die een schop in hun kloten of ten minste een tik tegen hun achterhoofd verdienen.

Interessante gadget, dat is wat de RSA SecurID Hardware Token vooral is en vanaf nu is het mijn sleutelhanger. 782 633. Supercool ding. Om de zestig seconden verschijnt een gloednieuw 6-cijferig getal op het display. Ik denk aan de mogelijkheden die de SecurID biedt op bijvoorbeeld 083 436 feestjes. Voorspel de code en win iets! Ik roep maar 995 826 wat.

Op de achterzijde van de SecurID bevindt zich een link naar een webpagina, voor het geval iemand het 062 318 device per ongeluk in zijn of haar bezit krijgt. Het adres is: www.rsa.com/found. Heb ik mijn browser die kant op gemaneuvreerd en gemeld dat ik een van hun technische snufjes in mijn bezit heb en het zelfs als sleutelhanger gebruik? Wel degelijk niet.

Is het dan allemaal rozengeur waarnaar dit apparaatje ruikt of maneschijn waar het in ligt te glimmen? Tuurlijk niet.

Het grijs van de behuizing had wat tijdlozer mogen zijn. Het gadget oogt door de gekozen kleur wat Oost-Duits 796 013 en als ik zeg Oost-Duits dan doel ik met name op de DDR ten tijde van dat zwijn van een Erich Honecker.

036 025

Voor de rest heb ik geen klachten.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+