Maandelijks archief: juli 2016

Labeltje

IMG_8556

 

Man springt met baby op arm uit raam, nadat hij zijn moeder heeft vermoord. Schietpartij hier. Steekpartij daar. Bomaanslag hier, maar ook daar.

Ik leg de krant weer weg.

Zodra iets nieuws wordt, zijn er slachtoffers te betreuren. Hoe erg het ook allemaal is, op een bepaald moment ben ik verzadigd en wil ik niet met nog meer ellende van en door anderen worden geconfronteerd.

‘Steek maar fijn je kop in het zand.’

En steek jij maar fijn een wortel in je kanaal.

Het is mijn hoofd en voor dat zand heb ik betaald. Bovendien zorg ik dat niemand last heeft van wat ik doe, of juist laat.

De laatste tijd zit ik rommelig in mijn vel, maar om dat aan de invloed van de media te wijten gaat me te ver. Het macrogedeelte van mijn leven is prima in en op orde, de micro-invulling laat echter te wensen over, waardoor ik geregeld in zelf gegraven greppels beland.

Mijn hoofd lijkt vol te zitten met watten. Gedachten komen en gaan en meestal kan ik geen touw aan ze vastknopen, laat staan een zin formuleren waarin ik deze gedachten zinnig kan overbrengen op een eventuele luisteraar. Om die reden zijn er tijden geweest waarin het erop leek dat ik meer te melden had.

‘Wat ben je stil.’

Exact.

Ik probeer weinig te drinken en niet te roken. Vlees eet ik al jaren niet meer.

Ondertussen gaat het kwijtraken van spullen gewoon verder. Zoals bijvoorbeeld deze huissleutel die bevestigd is aan een rood labeltje zoals dat vroeger bij ons op de tennisvereniging werd gebruikt om een gravelbaan te claimen.

‘Heb je getennist?’

Nooit.

Het labeltje is eerst beschreven met blauwe inkt en later, toen de eigenaar zich ervan bewust werd dat 052 een typisch huisnummer was, met groen.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Kanker

IMG_8600

 

De jongeman zat op het terras, net als ik en nogal wat anderen. Hij praatte in zijn telefoon alsof hij alleen op de wereld was. Meer dan eens gebruikte hij het woord ‘kanker’ en dat was niet omdat zijn moeder doodziek was. Op het tafeltje voor hem lag iets dat verpakt was in bont cellofaan. Ik kon pas zien wat het was toen de jongen een bonte koek uit de verpakking haalde en in zijn kankerende muil schoof. De koek deed me denken aan de roze koek zoals die al een eeuwigheid op de markt is, maar de felgekleurde stippen op het glazuur waren nieuw voor mij.

Het verbaasde me hoe goed hij verstaanbaar bleef tijdens het kauwen van die lel foute suikers. Ik probeerde me in zijn positie te verplaatsen en alleen al in gedachten had ik moeite begrijpelijk voor mijn gesprekspartner te blijven. Dat had hij niet. Ondanks zijn volle mond bleef hij perfect articuleren en toen de koek op was pakte hij een nieuwe en schoof die ook in zijn mond.

Voor de derde keer kwam de ober informeren of hij iets wilde drinken, voor de derde keer negeerde de jongen zijn vraag. Hij deed net of de ober niet bestond en smeet op nog luidruchtiger toon wat kankers in de rondte. De mensen op het terras keken elkaar aan. Hun blikken zeiden allemaal hetzelfde.

‘Zo was een drankje drinken in de zon nooit bedoeld, maar wie gaat dat jong dat vertellen?’

De animo tot corrigerend optreden was laag. Tot ieders opluchting stond het jonge huftertje ineens op en ging er als een konijn vandoor. De vier overgebleven Feest Confettini’s werden geconfiskeerd door ondergetekende, a.k.a. The Lost and Found Specialist, en aan een nader onderzoek onderworpen. De conclusie luidde aldus:

Erg zoet.

Toen kreeg ik een telefoontje van een oncoloog die op zoek was naar iemand anders.

O, ironie?

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+