Maandelijks archief: juli 2015

Beer

IMG_5695 (1)

 

De teddybeer bleef achter en dat in een tijd waarin al het dierenleed lijkt te worden opgemerkt en de beulen publiekelijk aan de schandpaal worden genageld. In zekere zin een positieve ontwikkeling, maar laten we niet te vroeg juichen en afwachten waar deze ontwikkeling toe zal leiden.

Over ontwikkeling gesproken. Ik herinner me nog dat ik van mijn vader een teddybeer kreeg toen ik een jaar of zes oud was. Het was een klein, donkerbruin exemplaar dat ik meteen uit elkaar trok nadat ik het uit de cadeauverpakking had gehaald. Eerst ging de kop eraf en daarna scheurde ik de buik open, ik trok alle vulling eruit en smeet het karkas in de open haard. Het vuur laaide knetterend op en de woonkamer vulde zich met een geur die gerust artificieel genoemd kan worden. Mijn vader was flink boos op me, maar ik was nog flinker bozer op hem.

‘Waar haal jij het lef vandaan om mij een bruine beer te geven?’

Daar had ik hem te pakken. Hij dacht mij een plezier te doen door mij een beer te geven, een willekeurige beer. Als hij echter een beetje had opgelet dan had hij geweten dat ik in mijn ijsberenfase zat en die zijn alleen bruin als ze vies zijn.

Mijn vader was niet dom, maar oplettendheid was niet zijn sterkste kant. Een week na het echec met de bruine beer kwam hij thuis met alweer een in feestelijk papier gehuld geschenk. Een lagedrukgebied dat eerder op de dag nog boven de Britse eilanden lag, was via de Noordzee op weg naar de Betuwe en ik voelde aan een hoop dingen dat ik me binnen de invloedssfeer van dit natuurverschijnsel bevond. Het kind in mij scheurde het papier open en daar kwam een ijsbeer te voorschijn die zonder veel poespas door de duivel in mij in het haardvuur werd gesmeten.

Mijn ijsberenperiode lag drie dagen achter me en mijn vader had die ontwikkeling gemist. Hij verdiende straf.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Borrel

FullSizeRender 4

 

Een potlood van de openbare bibliotheek in de kleur rood.

Dan volgt nu een anekdote.

Onlangs was ik aanwezig op een borrel. De mede-eigenaren van een restaurant, vrienden van me en waarschijnlijk ook de reden dat ik van de partij was, hadden hun aandeel in de zaak verkocht en iemand vond dat dit luister moest worden bijgezet. En aldus geschiedde.

Borrel is het gehandicapte broertje van feest. Een window licker, die je het liefst voor iedereen verborgen houdt omdat je niemand een ongemakkelijk gevoel gunt, een evenement met een zak stenen bovenop de rem, een verplicht nummer waar na afloop niemand het meer over heeft, maar waarbij je zogenaamd wel aanwezig moet zijn geweest. De borrel duurt een uur of twee. Een ongeschreven regel is bovendien dat deelnemers niet dronken worden, hoeveel drank ze ook naar binnen gieten.

Deze borrel voldeed aan een hoop eisen. Er waren hapjes, er waren drankjes, er waren staande mensen en er waren zittende mensen, er was uiteraard muzak, er werd beleefd geconverseerd en zo nu en dan kon een glimlach worden genoteerd. Nergens vlogen mensen uit de bocht of kraamden ze onzin uit. De sfeer was adequaat, gezellig werd het geen moment.

Toen het hoogtepunt ruim voorbij leek, kregen mijn vrienden – uit handen van hun assistent die als een moderne slaaf werd meeverkocht aan een nieuwe meester – een afscheidscadeau. Beiden kregen een pen, in een doosje. De knul excuseerde zich voor zijn gebrek aan inspiratie en mijn vrienden deden alsof ze erg blij waren met hun geschenk. Ze zouden er flink wat dingen mee gaan schrijven, zo beloofden ze hem. Ik dacht: Als je echt ondankbaar wilt overkomen, dan had ik voor een potlood in een plastic zakje gekozen, maar mij was niets gevraagd en misschien was dat maar beter ook.

Voordat de borrel begon te knellen ging hij goddank als een nachtkaars uit.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+