Maandelijks archief: juni 2014

Journalist

IMG_2224

 

Eerst dacht ik dat dit een handje was, dat door een oorlel kon worden geprikt. Daarna dacht ik dat het een bel was, eentje waarin drie klepels waren gemonteerd. Pas toen ik goed naar deze oorhanger begon te kijken, realiseerde ik me dat ik te maken had met een sieraad in fantasievorm en dat alle associaties die ik ermee had de prullenbak in konden.

Wat had de ontwerper in zijn hoofd op het moment dat hij een potlood en een schetsblokje pakte en de eerste contouren van deze oorbel zichtbaar werden? Ik had geen flauw idee. Het kon van alles zijn geweest. Natuurlijk, ik kon er zoals wel vaker een slag naar slaan, maar vandaag was niet zo’n dag. Vandaag was een dag om dingen zeker te weten en daarom heb ik daarnet, als een heuse journalist, de telefoon gepakt en de designer om opheldering gevraagd. Het resultaat van mijn onderzoek was ronduit teleurstellend.

Ik: ‘En? Wat dacht je?’

Hij: ‘Dat is een goede vraag.’

Ik: ‘Vind je dat echt of neem je me in de zeik?’

Hij: ‘Ik neem je in de zeik.’

Met een afbeelding van een vergeten oorbel in fantasievorm voor mijn neus, luisterde ik naar een verbroken verbinding. Het was een monotoon geluid, dat na een poosje gelukkig vanzelf ophield. Ik legde mijn telefoon aan de oplader, ging naar het toilet en bakte tenslotte een ei, dat ik zonder al te veel poespas naar binnen heb gewerkt.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Dorpsplein

IMG_2211

 

Een armband die welbeschouwd bestaat uit twee parallelle armbandjes van kleine steentjes, vormgegeven rond een thema van rode harten. Heb ik zoiets eerder gezien?

Indien het antwoord ‘ja’ luidt, dan zal het op het dorpsplein zijn geweest. Daar heb ik veel gezien, veel meer dan ergens anders. Urenlang kon ik daar rondhangen, op dat volmaakt unieke dorpsplein, tot het donker werd of nog langer. Meestal was ik daar met vrienden, soms alleen. Af en toe ontmoette ik er zelfs onbekenden die stront onder hun poten hadden en die een taal spraken die ik niet verstond.

Het was leuk om op het dorpsplein mensen te observeren, sigaretten te roken, alcoholvrij bier te drinken, tegeltjes vol te kwatten en te kletsen met maten, voornamelijk over muziek en meisjes. Niemand had last van ons en slechts bij hoge uitzondering ging er weleens iets kapot. Het was een gezellige, onbezonnen tijd. Als het regende, sneeuwde of anderszins onaangenaam was om in de open lucht te vertoeven, gingen we andere dingen doen. Ook weer samen of alleen. Het hing er maar net vanaf.

Gelukkig was het weer in ons dorp overwegend mooi. Beter in elk geval dan in de omliggende gemeenten. Dat had een oorzaak, maar daar kan ik hier niets over zeggen.

Het is mogelijk dat ik tijdens een van die ontelbare dorpspleinsessies een armband heb gezien die bestond uit twee parallelle armbandjes van kleine steentjes en die was vormgegeven rond een thema van rode harten.

Ik sluit het niet uit.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+