Maandelijks archief: augustus 2013

Croc cock

krokdick

 

Iedereen kent wel een lul. Velen bezitten er een of willen er een bezitten. Dieren met een lid, zwans of toeremeloer bestaan ook, het komt zelfs voor dat zo’n beest zijn penis vergeet. Zoals de krokodil die een hapje kwam eten bij De Stadskantine. Toevallig was ik erbij toen zijn apparaat werd gevonden.

Het was een zwoele vrijdagavond. Gasten en personeel reageerden geschokt toen de krokodil binnenkwam en hij de vega en een appelsap bestelde. Om af te rekenen gebruikte hij een pinpas.

Mijnheer Krokodil bleek een praatgraag dier. Op luide toon beweerde hij dat geen mens iets te vrezen had. Om de sleur van zijn huwelijk te doorbreken speelde hij een rollenspel, halverwege sloeg de honger toe. Hij zwiepte met zijn staart en brulde. Op de betonnen vloer ontstond een plas.

Men was gerustgesteld. Ik ook. In zijn kostuum zag hij er bedrieglijk authentiek uit, maar als hij beweerde dat hij geen krokodil was, dan was hij dat ook niet. Men at en werkte verder, alsof geen enkel gevaar dreigde.

De man in krokodillenpak verliet De Stadskantine. De avond liep ten einde. Tijdens het schoonmaken van de zaak kwam plotseling een verschrompelde krokodillenfallus boven water. Met terugwerkende kracht voelde ik nattigheid.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Groene poes

Groen beestje

 

Ik kan me, denk ik, nog goed herinneren dat ik groene poes was kwijtgeraakt. Het drama voltrok zich binnen een zogenaamde Raststätte, een vitamineparadijs langs de Autobahn, ergens in West-Duitsland, een land dat alweer een poosje gewoon Duitsland heet. Niet dat er ook maar iets gewoon is aan Duitsland, maar nu dwaal ik af.

Hoe lang geleden zou het zijn? Een jaar of 35 tot 40? Zoiets. Een half uur na de glorieuze worst met patat-maaltijd besefte ik dat mijn trouwe makker niet in de auto aanwezig was. Foute boel. Ik dreigde ontroostbaar te worden maar koos voor actie. (Als erg jong kind was ik anders dan anderen. Pas toen het bijna te laat was ontdekte ik de mainstream en de bijbehorende voordeeltjes.)

Ik klom over mijn vaders stoel en gaf een ruk aan zijn stuur. De witte Kever penetreerde de vangrail, van de klap herinner ik me niets. Nadat ik de nieuwe koers in de boordcomputer had ingevoerd ging ik weer op mijn plaats zitten. We vervolgden de reis in de richting waar we zojuist vandaan waren gekomen. Ongeveer een kwartier later vond ik groene poes terug. Ik nam hem in mijn armen en hij mij en we knuffelden tot de vellen erbij hingen.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Regenscherm

Paraplu

 

In de volksmond heet dit een zeer degelijke paraplu. Als het tegenhouden van vallend regenwater het thema is dan zijn de ombrelle, tompoes en knirps treffende voorbeelden van minder betrouwbare variaties hierop. Met andere woorden: bij zwaar weer zeker geen prijskoeien. Als je begrijpt wat ik bedoel.

Het dessin van het waterafstotende doek bestaat uit diverse kleuren. Blauw voert de boventoon. Verder zijn rood en geel redelijk vertegenwoordigd en is sprake van een streepje wit. De steel is van blank, gelakt hout en dat geldt ook voor het handvat. Voor de stevigheid van de constructie schijnt het uit te maken of steel en handvat een geheel zijn of uit afzonderlijke componenten zijn samengesteld. Hoe dan ook, mij kan het niets schelen.

Persoonlijk mijd ik het woord paraplu. Ik prefereer regenscherm, dat zal de Germaan in mij zijn. Natuurlijk zit er niet echt een Germaan in mij. Alleen een idioot kan zoiets bedenken. Worden deze stukjes door idioten gelezen? Ik ken er wel een paar die dat proberen, ja. Lompe, luidruchtige wezens, mafkikkers die het verschil niet kennen tussen een paraplu en een spuit, een sperwer of een spits.

Alsof het regenscherm ingewikkelde materie is.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+