Maandelijks archief: juli 2013

Das Auto

Autootje

 

Via via bereikte mij het volgende bericht:

Geachte auteur van Vergeten Voorwerpen (hoe heet U eigenlijk? bent U een dame?),

Ik geniet van Uw werk, maar ben na het lezen ervan vaak dagen achtereen depressief. Denkt U dat U Uw toon enigszins kunt verluchtigen, tenslotte gaat het maar om achtergebleven spulletjes en niet om zaken van levensbelang?

Vriendelijke groet,

Barry Mulisch

Mevrouw Mulisch, waar zou U zijn zonder de trein? Stel mij die vraag en ik zeg: Op exact dezelfde plek als nu, omdat ik een coole auto heb. In mijn hoofd dan, want in werkelijkheid heb ik geen auto, ook geen blauwe stationcar van het merk Ford. Auto’s en autorijden vind ik verschrikkelijk respectievelijk inhumaan. Voor speelgoedautootjes heb ik echter een zwak waar U U tegen zegt. Voor het exemplaar dat hierboven staat afgebeeld zou ik een nier doneren om het in mijn collectie van ongemotoriseerde miniaturen op te mogen nemen.

Jammer genoeg bezit ik te weinig nieren. Ik had er drie, waarvan een zwevend. Nu heb ik er nul. Niertechnisch ben ik vooralsnog uitgedoneerd.

Als dit stukje af is ga ik verder met creperen.

Geniet van Uw dag, mevrouw Mulisch.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Kegel

Sleutelbosje

 

Een voor de deur van De Stadskantine – ook maaltijdsalades – verloren bosje sleutels was binnen een minuut of twee alweer terug bij de eigenaar, een man met bavianenborsthaar op zijn hoofd en een kegel die een ereplaats verdient in een museum met bijvoorbeeld voeding als centraal thema. De geur was exotisch maar vooral beangstigend. Het einde was nabij, daarvan was ik overtuigd. Als een bang meisje vluchtte ik de zaak uit en hield pas op met rennen toen ik struikelde en bijna verzoop in de Amstel. Een luidruchtig Italiaans gezin trok me weer de wal op en ik bedacht dat de inwoners van Pompeii hun handen dicht mochten knijpen dat ze getroffen waren door een aswolk en niet door de mondgeur van de man die pal voor de ingang van De Stadskantine – betalen met PIN of creditcard – zijn sleutels had laten vallen. Hun lijdensweg had eindeloos kunnen duren en nu was hij kort.

Er was amper gelegenheid een foto te trekken. De grissende hand behoort toe aan Douwe M., parttime handmodel voor grote spelers als Chanel en Dior, tevens founding partner van De Stadskantine – gratis wifi – tevens bezitter van een koekblik op wielen waarmee hij zich van a naar b verplaatst.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Douchestok

Douchestang

 

De auteur heeft geen inspiratie. Hij is toe aan vakantie, drank, onbekende vrouwen die hem willen scheren en drugs. Vooral drugs. Toch moet hij iets schrijven, over een douchestang of over de polsstok van een dwerg. De auteur heeft geen inspiratie. Maakt hij zich er om die reden met een jantje-van-leiden vanaf of niet? Legt hij de lat opnieuw hoog of wat lager dan gebruikelijk in verband met die dwerg? De auteur vindt dit uitstekende vragen. Veel, zo niet alles, hangt af van het vervolg.

In dat vervolg maakt de lezer kennis met Dwight. Dwight is een hongerige etaleur, die op het punt staat uit eten te gaan met zijn huisgenootje Franck. Dwight en Franck voeren een dialoog. Hun gesprek is zo oninteressant dat de auteur het slot ervan alvast verklapt. Dwight en Franck nemen de douchestang of polsstok van een dwerg mee naar het restaurant.

 – …

– Miep Brons.

– Miep Brons?

– Zij huurde dat pand vroeger.

– Ik hoorde dat ze dood is.

– Van wie?

– Johan.

– De hoer!

– Doe je jas aan.

– Gaat de douchestang of polsstok van een dwerg mee?

– Is de paus Argentijns?

Hahahahahahahaha.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Geruit textiel

SAM_0901

 

Als het weer omslaat gaat de eigenaar van deze shawl zich pas afvragen waar het geruite textiel is gebleven. Maar genoeg over die persoon. Ik vraag me constant dingen af. Soms weet ik het antwoord, soms begrijp ik de vraag niet eens. Een voorbeeld van het eerste:

Waarom worden nooit tatoeages gevonden bij De Stadskantine?

Het antwoord klonk plausibel. Ik liet het thema vallen en stapte de douchecabine in. Ik was helemaal naakt. Tijdens het inzepen vroeg ik me af waarom er niet meer dan vier seizoenen zijn. Waarom niet tien? Of twaalf? Wikipedia wist precies hoe het zat, maar bevredigend vond ik de uitleg allerminst. Op de vraag hoe ik een brug kon slaan tussen een online encyclopedie en winterkleding vond ik op heel internet geen antwoord.

Bijna alle mensen die ik ken bezitten minstens één shawl. Zij die er minder dan één bezitten hebben er geen nodig. Zij zijn rijk. Zij bezitten zoveel geld dat ze het zich kunnen permitteren om binnen te blijven. Met name ‘s winters speelt hun leven zich af in auto’s, gebouwen en comfortabele, warme tunnels die naar die auto’s en gebouwen leiden.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Verandering – deel 5 (slot)

IMG_5873.JPG - versie 3

 

… een eerlijke prijs. Ik stapte uit en daarna over.

Toen ik mijn gehaktbal door de puree prakte merkte ik dat mijn gevingerhaakte meesterwerk, waarvoor het meisje achter de kassa zelfs een bakje water had neergezet, spoorloos was verdwenen. Ik meldde de vermissing bij het management en samen doorzochten we het restaurant. De zoekactie leverde niets op. Aangeslagen wankelde ik naar buiten. Ik leunde met mijn rug tegen de gevel en stak een sigaret op. Het verkeer op de Van Woustraat scheurde voorbij, ik voelde me eenzamer dan ooit. Een fietser werd vlak voor mijn neus bijna door een bestelbusje aangereden. Aan de overkant van de straat ontstond een opstootje toen een man in een jurk met een mes begon te zwaaien.

Hannelore Vermiljoen verliet de zaak. Binnen had ik haar niet gezien, wat ik vreemd vond. Zonder me aan te kijken of een woord te zeggen liep ze langs me heen. Aan haar rollator bungelde een plastic tas met daarop de naam van een diervoedergigant. Ik staarde zo lang mogelijk naar Hannelore Vermiljoens kont, ging weer naar binnen en bestelde een stuk cheesecake.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Verandering – deel 4

IMG_5873.JPG - versie 5

 

… nogal wat ophef veroorzaakte en die ik uiteindelijk heb weggegeven aan een kind dat er niet voor in zijn broek scheet. Ik had meer gevoel voor wol dan voor klei. Veel meer. Elf woensdagmiddagen later had ik een zwarte Cocker Spaniël gemaakt, mijn eindwerkstuk waar ik een 10 voor kreeg van de anonieme docent, die via de webcam instructies gaf. Hannelore Vermiljoen ben ik die elf woensdagmiddagen niet tegengekomen, wat mij eerlijk gezegd niet slecht uitkwam. Wat had ik tegen haar moeten zeggen? En als ik geweten had wat ik tegen haar moest zeggen, had ze dan naar me geluisterd?

Enfin. Met het hondje onder mijn arm liep ik naar de tramhalte. Volwassenen dachten dat ik een echt dier bij me had en raakten geïrriteerd toen ze merkten dat het was gevingerhaakt. Kinderen begonnen te jengelen om een hond en hun ouders/verzorgers keken mij verwijtend aan. Ik glimlachte. Ik zei dat zeuren om dieren op die leeftijd normaal was, maar tot vrolijke gezichten leidde die opmerking niet. Op weg naar huis kreeg ik trek in een pure en gezonde maaltijd voor…

wordt vervolgd

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Verandering – deel 3

IMG_5873.JPG - versie 4

 

Ik was geobsedeerd door beekklei, Hannelore Vermiljoen en vazen. Ziljoenen kilo’s klei heb ik verprutst en vrij abrupt was het gedaan met de obsessie. Ik was genezen. Ik was vrij. Plotseling. Als een donderslag bij heldere hemel, maar dat had ik al verteld. Hannelore Vermiljoen was sprakeloos toen ik de homp klei die ze voor me had afgesneden tegen haar borsten smeet en langs haar heen liep alsof ze een kapstok was waaraan mijn jas nooit meer zou hangen.

‘Tijd voor iets nieuws’, dacht ik.

15.06 uur, diezelfde Mauve Woensdag 2012. Ik schreef me in voor een workshop vingerhaken, die plaatsvond in hetzelfde gebouw als de cursus ‘Boetseren voor beginners, gevorderden en vergevorderden, door en met Hannelore Vermiljoen’. Als arbeidsongeschikte heb je de locaties voor gesubsidieerd tijdverdrijf niet voor het uitzoeken en ik besloot het risico te nemen om mijn voormalige fuck buddy eenmaal per week tegen het lijf te lopen. Zo dapper was ik bij mijn weten niet eerder geweest. Ik was apetrots op mezelf.

In de vroege avond stapte ik op lijn 16 met rond mijn nek een rauwrealistische slang, die…

wordt vervolgd

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Verandering – deel 2

IMG_5873.JPG - versie 6

 

… we uitgepraat waren, scheidden onze wegen. Permanent. Tussen klei en mij was het over. Het basismateriaal daagde me niet langer uit.

Bijna twintig jaar had klei me alle hoeken laten zien. Ik was het lachertje van telkens nieuwe groepen cursisten, maar uitgelachen worden deed geen pijn en ik zette door. Ik richtte me op vazen omdat die geschikter waren om bloemen in te zetten dan asbakken, maar het lukte me niet om die krengen waterdicht te krijgen. Zodra mijn werkstuk afgekoeld was, vulde mijn docente – Hannelore Vermiljoen heette ze, door de jaren heen heb ik haar goed leren kennen omdat we fuck buddies werden – mijn baksel met water en terwijl ik op de automatische piloot in haar ondergoed wroette en zij dat best vond, wachtten we af tot duidelijk werd of ik dan eindelijk een exemplaar had gecreëerd dat geschikt was om het leven van snijbloemen met een week, misschien twee, te verlengen.

Ik boetseerde de shit uit die motherfucker. Meer dan wat ik deed om een waterdichte vaas te maken was menselijkerwijs niet mogelijk, maar mijn doel bereikte ik niet.

wordt vervolgd

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Verandering – deel 1

Hond

 

‘Tijd voor iets nieuws’

Dat is wat ik dacht, op een dag dat felle buien hun stempel drukten op het actuele weerbeeld en straten, stoepen, pleinen, in feite het gehele publieke domein aan het zicht onttrokken werd door een centimeters diepe laag water. Onderweg naar cursus ontving ook ik de volle laag en raakte ik nat tot op mijn ondergoed. Het was spijtig dat ik geen paraplu van huis had meegenomen.

Mauve Woensdag 2012. De lange wijzer stond op de 12, de korte wees naar de drie, volgens de klok in het leslokaal was het exact 15.00 uur. Ik was doorweekt en had het koud. De radiator achter me deed zijn best, maar warm kreeg ik het er niet van. Ik voelde me ongemotiveerd. Van het een op het andere moment wilde ik niet langer in deze ruimte zijn. Ik had er genoeg van. Plotseling. Als een donderslag bij heldere hemel was de haat-liefdeverhouding die mij al twee decennia in een ijzeren greep hield voorbij. Geheel onverwacht. Zelfs ik zag ons einde niet naderen en toen ik om 15.03 uur besefte dat…

wordt vervolgd

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+