Tool

 

Ik herkende diertjes in het ontwerp van dit/die/deze multi-tool.

Ik ben gek op diertjes.

Iedereen die mij kent, had dat kunnen of zou dat moeten weten.

Rechtsonder zag ik een kip, linksboven een haai. Ondanks diep respect voor beide soorten, komen ze niet voor in mijn favoriete dieren top 10.

Anders was ik misschien hebberig geworden.

Total f-ing bullcrap. Of course.

Ik word nooit hebberig van spullen.

Iedereen die mij kent, had dat kunnen of zou dat moeten weten. Ik bezit een stuk of dertien spullen en dat is meer dan genoeg. Bovendien ben ik van het type Swiss Army Knife en niet van patserig glimmende variaties op dit/die/deze thema.

Mede door het bovenstaande en nog een geheime externe factor was mijn interesse in dit/die/deze multi-tool aan het verdampen.

Op angstaanjagend hoge snelheid wil ik daar nog aan toevoegen.

Warp 10.

Trekkies weten waar ik het over heb.

Tegen beter weten in wierp ik de/het/een nog een blik toe voordat het misschien wel voor altijd in de kast verdween. Ineens viel me op dat de kip misschien toch een papegaai was. De haai had intussen veel weg van een orka.

De papegaai, alle vogels eigenlijk, waren kansloos om het tot mijn favoriete dieren top 10 te schoppen, maar met de orka lag dat anders.

Ooit, ik spreek over een tijd dat de Grand Canyon nog geen naam had, omdat niemand er ooit was geweest, laat staan dat degene die er nog nooit was geweest de tijd had genomen om voor dit/die/deze kwiebus van een negorij een naam te verzinnen, eentje die in verhouding stond tot een kleinere, wel bekende canyon, heb ik de orka getipt als mijn favoriete dier.

Dat was tot ik een documentaire zag waarin bleek hoe irritant orka’s zich kunnen gedragen, met name tegenover walvissen, zeehonden en pinguïns.

Orka’s zijn assholes.

Sindsdien staat een ander dier op 1 in mijn favoriete dieren top 10.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Geruimd

IMG_9670

 

De bitterbal is een vleesragoutballetje met een laag paneer.

De gemiddelde bitterbal weegt een gram of 20.

In feite is de bitterbal een ronde variant op de vleeskroket.

De bitterbal, die uitsluitend in Nederland en België wordt verkocht, is de Hollandse bijdrage aan de internationale keuken.

En we zijn er trots op.

Het exemplaar dat is vergeten, is nog bevroren. Op de foto, althans.

Voor de eigenaar van deze bitterbal heb ik slecht nieuws:

Uw eigendom is geruimd.

Voor compensatie: Neem contact op met de lost & found specialist.

Nee heb je, meer nee kun je krijgen.

Als je aan me vraagt of ik een bitterbal wil, zeg ik gegarandeerd nee.

Ik zeg nee omdat ik geen vlees eet. Ook al is de hoeveelheid vlees in een bitterbal te verwaarlozen, eten doe ik die dingen nog steeds niet.

Er was een tijd dat de geringe hoeveelheid vlees in een bitterbal werd gebruikt als argument om mij er toch een te laten proberen. Sommige mensen vonden het blijkbaar belangrijk om mij terug te krijgen in het pro-vleeskamp. Naar waarom dat zo was, kan ik alleen maar een slag slaan.

‘Zo weinig vlees is eigenlijk hetzelfde als geen vlees.’

Onzin natuurlijk, maar je hebt geen idee hoe vaak mensen zichzelf slim vonden terwijl ze dat zeiden.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Çük

img_9629

 

Van tijd tot tijd komt de Lost and found-specialist voorwerpen tegen, waarvan het lastig vast te stellen is door wie ze zijn vergeten. Bij dit type spullen is het tevens onduidelijk of ze ooit door de eigenaar zullen worden geclaimd, maar ook wat hun functie is of was.

Dat deze fallus op een fallus lijkt en niet op een bakje pittige roerbaktofu van mijn grote vriend Albert Heijn, is mijns inziens geen toeval. Iemand heeft zijn best gedaan iets in elkaar te knutselen dat associaties oproept aan een piemel. Althans, ik moest meteen aan een piemel denken toen ik het stukje huisvlijt bij mij in de straat aantrof.

Ook de Turkse buurvrouw en haar man dachten aan een çük, getuige hun reactie, op het moment dat ik geconcentreerd bezig was dit curieuze object te fotograferen en zij ineens naast me opdoken.

‘Is die van U, buurman?’ vroeg de vrouw.

Haar echtgenoot grinnikte.

Zij grinnikte ook.

Ik voelde me betrapt.

Ik was de losgeslagen Hollandse buurman die een piemel fotografeerde die op straat lag.

In het donker.

De over vele decennia zorgvuldig opgebouwde relatie tussen twee culturen dreigde door een incident met een neppiemel aan het wankelen te worden gebracht.

Voor mijn gevoel dan.

Ik wilde gevat op de opmerking van mijn buurvrouw reageren, maar kon tot mijn ergernis niets bedenken dat

a een afdoende reactie op haar suggestie was en

b iedere denkbare link tussen mij en de fallus uit haar gedachten en die van haar man verdreef

Niets kreeg ik over mijn lippen. Geen woord, geen geluid, helemaal niets. Het enige dat me lukte was mijn gezicht in iets glimlacherigs te plooien, maar het kwaad was natuurlijk allang geschied.

Hand in hand liep het stel verder.

Ik keek hen na.

Ze deden me denken aan kameraden.

Toen ze bijna de straat uit waren, hoorde ik hoe ze het uitgierden.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Instituut

img_8549

 

Lang geleden frequenteerde ik een bepaald instituut. Ik studeerde daar zogenaamd iets.

Het plastic pasje dat ik bezat, suggereerde dat ik meer in dat instituut te zoeken had dan in werkelijkheid het geval was.

Ik kwam vooral naar het instituut om in de kantine te hangen. Ik dronk daar thee, at er broodjes en rookte er ontelbaar veel zelfgerolde sigaretten. Dat mocht toen nog.

De rest van het instituut vond ik stom. Het regime dat er heerste was schoolser dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Zonder consequenties je neus laten zien was niet mogelijk. Iedere scheet moest worden opgeblazen tot een paper of essay of werkstuk of spreekbeurt of opdracht of workshop of toneelstuk of rollenspel of musical of opstel of collage of pentekening of ga zo maar door.

Als je, zoals ik, met rust gelaten wilde worden en vooral een toffe studietijd wilde beleven, was het in dit instituut lastig vol te houden. Toen ik mij er in een vlaag van iets voor aanmeldde, had ik grofweg 14 jaar van mijn leven in schoolbanken doorgebracht. Mijn hoofd was gevuld met kennis, voornamelijk kennis waarvan ik destijds al wist dat ik daar nooit iets aan zou hebben.

sin(a+b) = sin(a)cos(b) + cos(a)sin(b)

Om maar eens wat te noemen.

Toen ik naar de middelbare school ging, was het heelal eindig. Ouder dan 8 miljard jaar was het beslist niet.

Tegenwoordig lachen astronomen zich een liesbreuk als ze zoiets bespottelijks horen. Naast zwangere vrouwen bestaat er namelijk nog iets dat gigantisch uitdijt, en dat is het heelal. Bovendien is dat uitdijende heelal in een kosmische oogwenk een kleine 6 miljard jaar ouder geworden.

Ik beweer niet dat alles wat je op school leert nutteloos is.

Ik beweer wel dat sommige dingen die je op school leert aan evolutie onderhevig zijn.

En dat pasjes, de plastic lidmaatschapsbewijzen die instituten uitgeven, uitstekend kunnen worden vergeten.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Device

img_9015

 

De DrinkTwo is niet eens het topmodel uit de productlijn van het Montenegrijnse ICBFSTF – Icy Cool Beverages For Semi-Professional Tiny Fuckers – maar is desondanks uitgerust met Steel Grip Power Technology®, hifi-stereo luidsprekers, een iris-scanner, gold-plated headphone jack, microfoon met Dolby Pro ruisonderdrukking, FireWire, Thunderbolt, wifi, Bluetooth, 2 USB4-poorten, full size backlit QUERTY keyboard, 15,4 inch 5K beeldscherm, geïntegreerde web- en photocam, 2G, 3G, 4G, 5G, een shitload andere G’s, draadloos oplaadbare accu, traploos instelbaar koelniveau tot 2 graden Celsius, een vriesvakje met ingebouwde ijsmaker en een SSD met een opslagcapaciteit van 2 TB, waarop een customized Android 7.2 (Milkwhore) besturingssysteem is geïnstalleerd. Al deze functionaliteit is keurig weggewerkt achter een transparant klepje aan de onderkant van het Device. 

De DrinkTwo is zu haben voor het feestbedrag van 2438 euro. Tweedehands moet je rekenen op een euro of 1800.

De drinkbeker waarmee ik ben grootgebracht was een afgedankte bierfles waar een lekke ballon overheen was geschoven. Soms werd de ballon vervangen en was ik blij omdat mijn zuigtuit ineens een andere kleur had.

Ik weet nog dat mijn vader het huishoudgeld weer eens had vergokt en mijn moeder geen melk voor mij kon kopen.

Ze klopte aan bij de buren, die net deden alsof ze niet thuis waren. Ten einde raad keerde mijn moeder terug in onze huiskamer en legde uit waarom ik in elk geval een dag met honger naar bed moest.

Ze begon te snikken.

Daarna werd ze furieus en daar weer na sloeg ze mijn vader op zijn kop met het telefoonboek van de regio Arnhem, dat was namelijk dikker dan dat van Nijmegen.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Raintex

IMG_9014

 

Exact herinner ik het me niet.

Het kan een wervingsspot of een voorlichtingsfilmpje zijn geweest.

‘Deze pet past ons allemaal.’

Dat was de slagzin.

De rest is een zogenaamde blur.

Zonder de politie was deze film in ieder geval nooit gemaakt.

Bij bepaalde petten denk ik aan een filmpje dat ik vele jaren geleden heb gezien.

Waarom dat zo is, weet ik niet.

Misschien omdat de film diepe indruk op me heeft gemaakt.

Misschien omdat ik een latente pettenfetisj koester, waarbij je je af kunt vragen of je iets kunt koesteren waarvan je niet weet dat je het hebt.

Misschien omdat wafels beter smaken wanneer ze warm zijn en aan het zicht onttrokken worden door een dekbed van poedersuiker.

Hoe dan ook, iemand is deze pet vergeten.

Het materiaal waarvan hij is gemaakt, lijkt op plastic.

Forget about plastic, waffle-boy.

Raintex, en niet zo zuinig ook.

Het hele ding is van dat spul gemaakt.

De fabrikant heet Globus Accessories.

In globaal dezelfde periode waarin het politiefilmpje op televisie te zien was, maakte ik voor het eerst kennis met filmproduktiemaatschappij Golan-Globus, onder meer bekend van Death Wish 2.

Architect Paul Kersey – een weergaloze Charles Bronson – zet zijn wraakpet op en roeit eigenhandig een kudde tuig uit.

Tussen de bedrijven door bakt hij wafels voor zichzelf en zijn buren, die hij overdadig besprenkelt met poedersuiker.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Over de grens

IMG_8896

 

De lost and found specialist komt weleens in het buitenland. Daar worden ook spullen vergeten.

Een klein, vuil beertje.

Aangetroffen op een broedplaats-achtig terrein in Hamburg (D), waarop, getuige de staat van het gebied, vooral wordt gebroed.

Liggend op zijn ruggetje.

Hamburg is een stad die erom bekend staat dat de mensen die er wonen weleens iets kwijtraken, maar zelden zijn dat beertjes.

Met een rode strik om zijn nekkie.

Hamburgers raken veel vaker dingen kwijt dan bijvoorbeeld Vlissingers. Je moet erop letten, maar als je het eenmaal in de gaten hebt, is het overduidelijk.

Op een ondergrond van aarde en houtsnippers.

Stellen dat Hamburg een veel grotere stad is dan Vlissingen en dat er veel meer Hamburgers zijn dan Vlissingers is wel erg makkelijk geredeneerd. Zo ken ik er nog wel drie.

Beentjes en armpjes zo ver mogelijk uit elkaar, alsof hartstochtelijk knuffelen zijn core business is.

1. Het Verenigd Koninkrijk bevindt zich noordelijker dan Spanje. Dus regent het in Het Verenigd Koninkrijk vaker dan in Spanje.

Een eeuwigdurende, onvoorwaardelijke glimlach op zijn vuile bekkie.

2. Een leeuw is een wilder dier dan de mol. Dus kijken mensen in de dierentuin liever naar een leeuw dan naar een mol.

In een winkel is hij uitgekozen door ten minste een kind.

3. Een Snickers is een vuist vol pinda’s in iedere reep en een Mars niet. Dus kiezen liefhebbers van noten vaker voor een Snickers dan voor een Mars.

Dat hem als een hoop stront heeft laten liggen op de vuige vloer van een Hamburgse broedplaats, waar het broeden een doel op zich lijkt te zijn.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Na zessen, voor tienen

IMG_8833

 

Het was na zessen en voor tienen.

De sfeer was zoals je van de sfeer mocht verwachten: Reuk-, geur- en smaakloos.

De variabelen waren druk bezig om datgene te doen waarin ze uitblinken: Variabel zijn.

De avond voelde speels als een jonge vos die voor het eerst een volwassen kip tegen het lijf loopt: Eerst probeert hij haar te versieren, vervolgens tracht hij haar aan te randen en tenslotte krijgt hij een ongenadig pak op zijn flikker van de hen en druipt hij met de staart tussen de benen af en gaat op zoek naar steun van zijn familie, maar wat hem thuis ten deel valt is slechts hoon voor zijn sukkelige en voorspelbare gedrag en niets anders dan dat en dat valt het jonge dier niet mee, wel tegen.

Op drie dapperen na waren de mensen al naar huis. Of waren het er vier? Nee, het waren er drie.

Het licht ging straks uit, daar kon je je horloge op gelijk zetten.

De ventilator stond op stand 3, terwijl stand 2 afdoende was. Wist ik veel.

De hitte nam zo langzaam af dat ik er niets van merkte.

Er hing wat in de lucht. Je kon het aanraken en er je reet mee insmeren. Wat het precies was, was op dat moment nog niet duidelijk.

Het was, kortom, nogal een avond. Met deze avond als gewoon doldwaas afdoen, zou je deze avond ernstig tekort doen. En het doldwaaste moest nog komen.

Eerder op de avond, toen de avond nog middag was en die op wat kernaspecten na verliep alsof hij uit het spreekwoordelijke boekje kwam, had ik een meisjesachtig jongetje of een jongensachtig meisje zijn of haar speelgoed ontfutseld.

Ik vond dat ik het kinderachtige stafje nodig had. Het was een mooi item om te worden vergeten en toen het precies ’s avonds tussen zessen en tienen was, maakte ik mij gereed om de karakteriserende afbeelding voor dit blog te maken. Daarna zette ik dit voornemen om in een daad zonder weerga.

De shoot duurde kort en verliep vlekkeloos. Ik controleerde het resultaat en was verbaasd toen ik plotseling E.T. in de afbeelding terugzag.

Je ziet hem op een hebberige manier naar de toverstaf gluren. Deze zogenaamd vriendelijke alien wil zich aan het speeltuig van een onschuldig kind vergrijpen en dat kind is niet in staat daar het spreekwoordelijke stokje voor te steken.

Gelukkig voor dat kind was er iemand die voor zijn belangen opkwam.

Voor die van zichzelf, wel te verstaan.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Stuff and shit

IMG_8758

 

Voor degenen die zich afvragen wat er in dat vergeten zakje zit: hasj. Hasj kun je roken, dat noem je blowen, maar je kunt het ook in het beslag van cake verwerken, afbakken en opeten. Van hasj wordt je stoned en stoned zijn kan heel prettig voelen. Stoned zijn kan echter ook leiden tot passiviteit, desinteresse opwekken en een gebrek aan empathie in de hand werken.

Ik heb al enige tijd niet geblowd. Tot een jaar of tien geleden gebruikte ik soft drugs op een dagelijkse basis, behalve als ik op vakantie was. Dan mocht ik bijkomen van het hele jaar drugs gebruiken en daar paste geen dope bij. Zodra ik weer thuis was, ging meteen de fik in een dikke joint, daarna was ik een week bezig met mijn koffer uit te pakken.

Jarenlang zoog ik weed en hasj naar binnen alsof het zuurstof voor gevorderden was. Ik blowde dag en nacht. Geen gelegenheid ging voorbij of de Lost & Found Specialist haalde zijn shag en drugs tevoorschijn en ging aan de rock & roll. Tekenend voor die periode was toch wel dat ik altijd een reserve-aansteker op zak had, want stel je eens voor.

Op zeker moment besloot ik dat het welletjes was. De precieze aanleiding om tot mijn besluit te komen ben ik vergeten, want dat is wat dagelijks blowen met je doet: je vergeet shit. Ik vermoed dat het allemaal ergens mee te maken had, maar misschien was mijn keuze wel uit de lucht komen vallen.

Ik kapte acuut met die rommel. Ik verwachtte dat mijn leven een wending zou nemen van wat heb ik jou daar, helemaal vanzelf. Ik dacht dat al die dingen waar ik altijd te stoned en te lamlendig en te angstig en te bescheiden en te weinig serieus en ga zo maar door voor was geweest als sneeuw voor de zon zouden verdwijnen, maar niets was minder waar.

Na een week geen drugs te hebben gebruikt, voelde ik me nog steeds druggy, passief en tevreden over mijn gebeurtenisvrije bestaan. Werkelijk niets kwam uit mijn poten. Na een maand hetzelfde verhaal. Ik begreep er niets van en begon te vermoeden dat ik een verkeerde afslag had genomen. Waar bleven dat zelfvertrouwen, die energie, dat geloof in eigen kunnen? Het was er niet en het kwam niet. Ik voelde me genaaid en niet zo’n beetje ook. Ik overwoog om drugs nog een kans te geven, maar de hele coffieshop bleek die dag op vakantie te zijn gegaan.

Toen werd ik boos.

Wordt misschien vervolgd.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+

Labeltje

IMG_8556

 

Man springt met baby op arm uit raam, nadat hij zijn moeder heeft vermoord. Schietpartij hier. Steekpartij daar. Bomaanslag hier, maar ook daar.

Ik leg de krant weer weg.

Zodra iets nieuws wordt, zijn er slachtoffers te betreuren. Hoe erg het ook allemaal is, op een bepaald moment ben ik verzadigd en wil ik niet met nog meer ellende van en door anderen worden geconfronteerd.

‘Steek maar fijn je kop in het zand.’

En steek jij maar fijn een wortel in je kanaal.

Het is mijn hoofd en voor dat zand heb ik betaald. Bovendien zorg ik dat niemand last heeft van wat ik doe, of juist laat.

De laatste tijd zit ik rommelig in mijn vel, maar om dat aan de invloed van de media te wijten gaat me te ver. Het macrogedeelte van mijn leven is prima in en op orde, de micro-invulling laat echter te wensen over, waardoor ik geregeld in zelf gegraven greppels beland.

Mijn hoofd lijkt vol te zitten met watten. Gedachten komen en gaan en meestal kan ik geen touw aan ze vastknopen, laat staan een zin formuleren waarin ik deze gedachten zinnig kan overbrengen op een eventuele luisteraar. Om die reden zijn er tijden geweest waarin het erop leek dat ik meer te melden had.

‘Wat ben je stil.’

Exact.

Ik probeer weinig te drinken en niet te roken. Vlees eet ik al jaren niet meer.

Ondertussen gaat het kwijtraken van spullen gewoon verder. Zoals bijvoorbeeld deze huissleutel die bevestigd is aan een rood labeltje zoals dat vroeger bij ons op de tennisvereniging werd gebruikt om een gravelbaan te claimen.

‘Heb je getennist?’

Nooit.

Het labeltje is eerst beschreven met blauwe inkt en later, toen de eigenaar zich ervan bewust werd dat 052 een typisch huisnummer was, met groen.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Google+